Humanitaire reis naar Sri-Lanka van 25-03 tot 09-04-2005

Privé initiatief van Herman, Patrick, Jenny, Vera, Alexander en Jordy.

Het “Help-Team” Beveren-Zwijndrecht.

Sinds januari hebben we goederen ingezameld, een totaal van ongeveer 30000 stuks allerhande is naar Sri-Lanka verscheept, met de bedoeling om de slachtoffers van de tsunami een pakket te bezorgen.

Van diverse sponsors kregen we geld mee.

Inleiding

Kalutara is een klein dorp aan de zuidwest- kust van Sri-Lanka, ongeveer 45 km van Colombo.Het bestaat uit Noord en Zuid, gescheiden door een rivier, maar verbonden met een brug. Aan de zuidkant van de brug is de boeddhistische tempel, toch wonen hier ook veel katholieken. De meeste inwoners zijn vissers die op amper 50 meter van de zeelijn woonden. De tsunami heeft hier tot 300 meter landinwaarts honderden huizen verwoest. Deze streek is weinig toeristisch.                                                  

Zaterdag 26 maart

Na een tussenlanding van 1u30 te Sjar-jah (Saoudi Arabië) zijn we in Colombo geland om 17u15, lokale tijd, 5 uur later dan België. Wat ons in de luchthaven opviel is dat er een nieuwe vleugel werd bijgebouwd, grotendeels in marmer.Met twee busjes werden we naar Kalutara gereden, het was een helse rit van ong. 1u30. In Sri-Lanka rijdt men links, voor elk inhaalmanoeuvre wordt er geclaxonneerd, met 4 naast elkaar op een 2-vaksbaan is er normaal, ze rijden elkaar rakelings voorbij.De gemiddelde snelheid is er 50Km/h. Het Garden Beach Hotel is gelegen op een 400 meter van het strand, het heeft geen schade geleden onder de tsunami. Er zijn verschillende bungalows en een nieuwbouw met kamers op gelijkvloers en 1e verdieping, in het midden een zwembad met het restaurant er rond.Het is niet groot en met veel groen, wat het zeer gezellig maakt.

Zondag 27 maart (Pasen)

Vandaag maakten we kennis met de hoteleigenaar Mr. Gamenie. Die bracht ons met zijn pick-up naar de bouwwerf van nieuwe huizen die met Vlaams geld gebouwd worden en de kampen waar de slachtoffers van de tsunami (voorlopig?) verblijven. In Kalutara Noord bezochten we 2 kampen: Het eerste ligt aan de spoorweg, er staan een 30 tal houten huisjes, die zijn opgebouwd door een oppositie partij, elk krotje (zo mag je het noemen) is ong. 5 op 3 mtr. één bed(je) per gezin, kasten hebben ze niet, koken doen ze buiten met wat hout en enkele rotsblokken, 37 andere families wonen onder hangars. Die zijn ingedeeld door middel van doeken, lakens en gordijnen. Als het regent is het kamp één modderpoel, er is geen afwatering voor de douches en het groenafval wordt in open putten gedumpt. Bij een temperatuur van 35° is de stank niet te doen en het krioelt er van de vliegen. Het tweede kamp is een tentenkamp en ligt enkele kilometers verder de heuvel op. Het eerste wat opvalt, zijn de tenten met Japanse tekens.Een familie van 5 tot 6 personen woont al 4 maand in één tent, hier hebben ze ook maar één bed, geen kasten, stoelen of tafel, kleren liggen op stapeltjes. Veel beige katoenen tenten die er tussen staan zijn aan vervanging toe, deze tonen verrottingsverschijnselen. Een organisatie genaamd IOM heeft grotendeels deze tenten geplaatst en was nu bezig om de slechte te merken die vervangen moeten worden. IOM, ook OIM werkt vooral met geld uit Japan, Amerika en Zweden, ze zijn ook gronden aan het zoeken om woningen te bouwen voor de getroffenen. De kampen staan onder controle van politie en leden van de Air-force. Nadien het strand bezocht waar we de verwoesting gezien hebben, wat vroeger een gezellig dorp was is nu ravage. Bij de meeste huizen rest enkel de fundering en vloer nog, andere huizen zijn half weg. In de achterkamers die blijven staan zijn wonen soms nog mensen.Niet alle getroffenen zitten in kampen, hier staan ook veel tenten opgesteld tussen de verwoeste huizen en ze hebben kotjes gebouwd van gevonden hout, plastiek en golfplaten. Overal ligt er steenpuin, glas, rommel en kapotte boten, het lijkt of er gebombardeerd was. De mensen komen naar ons toe en zijn heel vriendelijk, ze willen een babbeltje doen maar spreken geen Engels, ze wijzen naar hun woning en zeggen “tsunami, tsunami”, ze laten de waterlijn zien die op de muren is achtergebleven, tot twee meter hoog. Na de lunch trokken we met 2 rugzakken naar het kamp aan de spoorweg, één vol speeltjes en één met verzorgingsmiddelen. Gewapend met isobetadine, fucidine en meters pleisters hebben we tientallen kinderen verzorgd, de meeste met erg ontstoken wonden, één baby had een brandwonde van 2cm en een meisje van 14 een ontsteking aan de arm zo groot als een golfbal.De verbanddozen die in de kampen ter beschikking staan zijn zo goed als leeg, deze mensen mogen wel gratis naar een dokter in het hospitaal maar kunnen verband, ontsmettingsmiddelen en medicatie niet betalen. Daarna deelden we de speeltjes uit. We ondervonden dat er weer een beetje vreugde in het kamp was.

Maandag 28 maart

s’Morgens eerst gebeld naar de firma die onze container regelt in Colombo, die beloofde ons dat de container ten laatste op vrijdag zal afgeleverd worden. Dan zijn we op de Vlaamse werf mee bouwstenen gaan versjouwen, in een temperatuur van 35° op de heuvel, zonder enige schaduw, zweten! Tegen 12u, op het heetst van de dag zijn we gestopt. We verplaatsen ons met de lokale kleine taxi, genaamd Touk-Touk, een driewielertje, normaal is er plaats voor drie, maar met zessen gaat het ook. Een verfrissende douche en een maaltijd waren nu meer dan welkom. Na de lunch verscheen Shirley in ons hotel. Hij is een oude bekende van Jenny. Terwijl deze twee veel moesten bijpraten trokken we met de andere leden naar kamp één en het strand om wonden te verzorgen. De vloedgolf had aan de kustlijn verscheidene waterleidingen stukgeslagen, de regering heeft er elke 100 mtr een waterreservoir laten plaatsen, de laatste keer dat ze bijgevuld waren was op 2 februari, bijna 2 maand geleden, intussen zijn de strandbewoners aangewezen op de goedheid van buren waarvan de leiding nog intact is om hun drinkwater te halen.

Nacht maandag op dinsdag

1u: TSUNAMI ALARM. We werden in onze slaap gewekt door het hotelpersoneel, hevig op de deur bonkend:”quick, go, there’s a new tsunami coming”, heel het hotel stond in rep en roer.We lieten alles achter en namen enkel geld en paspoort mee. Beneden stond de hoteleigenaar klaar met zijn pick-up, we moesten instappen en als een razende vertrok hij tussen de andere dorpsbewoners naar de bergen. Het leek oorlog, een volksverhuizing, iedereen vluchtte in paniek van de zee weg, de ene te voet de andere met de fiets, ze droegen wat ze konden, de angst stond op hun gezicht te lezen. Enkele kilometers in de bergen zijn we aangekomen bij een oom van Mr. Gamenie. Er werd druk heen en weer gebeld en ge-SMS-st, in België was de komst van een nieuwe tsunami op het nieuws. Het lokale netwerk was geregeld overbelast. Rond 3u30 konden we terug naar het hotel. Deze nacht zijn in deze streek twaalf mensen omgekomen, vertrappeld of omvergereden.Het gevaar voor nieuwe tsunami’s is nog niet geweken, de mensen hier weten dat ook, zij leven momenteel in een dagelijkse angst. Velen willen niet meer terug aan de kust gaan wonen en vele vissers durven de zee niet meer op. Geregeld zie je ze offers aan de zeegoden brengen.

Dinsdag 29 maart

Omdat het een korte nacht was zijn we vandaag iets later opgestaan, de andere dagen krijgen we een wake-up call om 6u30. Met de rugzakken gingen we vandaag naar het tweede kamp. Onderweg ontmoeten we mensen die een voedselpakket zijn gaan ophalen. Het was bedeeld door het Turkse Rode Kruis en bevatte rijst, linzen, vis in blik, enz. Het verschil met het eerste kamp is dat we ons hier eerst moeten aanmelden bij een politie-inspecteur, we vroegen hem om de samenstelling van de familie’s, dit om de pakketten te kunnen samenstellen als de container aankomt. Deze lijst moest hij kopiëren, we mochten die de volgende dag komen halen. Dan leidde hij ons rond in het kamp, we verzorgden er de kinderen, hier waren de verwondingen minder dan in het ander kamp, maar velen lieten een voorschrift van de dokter zien voor zalven en medicamenten. We verzamelden alle briefjes en schreven er de tentnummers bij. Een jongeman die er woonde sprak me aan om eens naar zijn touk-touk te komen kijken, deze was grotendeels beschadigd door de tsunami, banden stonden op springen, zijn dakzeil was gescheurd en de motor had problemen. Hij had het geld of de middelen niet om hem te laten herstellen. Zijn job was taxi chauffeur, maar dat kon hij al maanden niet meer doen. Dit vond ik een ideaal project om met gesponsord geld te doen. Ik heb hem direct al drie nieuwe banden onder zijn voertuig laten zetten, morgen zullen we dan gaan kijken om de andere defecten te laten herstellen. Een andere man liet medische papieren zien van zijn hart, hij was een hartpatiënt en moest daarvoor geregeld met de trein naar een specialist in Colombo. Dit hebben we genoteerd, we zullen er even over nadenken wat voor hem de beste oplossing is. We spraken ook met Gerald, een Burger, dat is een afstammeling van de Hollanders die ooit Sri-Lanka, toen nog Ceylon, bezette. Deze mensen spreken vrij goed Engels.

Op de terugweg nog gestopt bij kamp één, hier zagen we dat al vele wonden goed genazen, zelfs de baby met de brandwonde was aan de beterhand, doch de ontstoken arm van het meisje zag er niet goed uit, Jenny is met haar naar de dokter geweest, de ontsteking moest opengemaakt wat heel pijnlijk was, verdoving en steriliteit waren ver te zoeken, zijn werkwijze leek meer op die van een veearts. Jenny betaalde de rekening en de medicijnen. De volgende dagen moest het meisje nog pijnstillers nemen.

Woensdag 30 maart

Van 8 tot 11 uur zijn de mannen stenen gaan versjouwen op de Vlaamse bouwwerf. Ondertussen gingen de vrouwen bij de apotheek zalven en medicatie inkopen. Daarna trokken we met rugzakken vol speeltjes richting strand. Opvallend véél minder volk, sinds het tsunami-alarm van vorige nacht hebben nog meer mensen het strand verlaten. We verzorgden er een oudere man die een snee in zijn teen had, bij deze familie kregen we allen een king-coconut te drinken. Wat verder stoten we op een groep jonge Engelsen die er een klein hospitaaltje hebben opgericht waar tweemaal per week een dokter langskomt. Omdat deze ploeg het verder verzorgen van de strandbewoners op zich nam konden we al direct naar het tweede kamp vertrekken. Ik ging eerst met de jongen (Premaratna noemt hij) kijken of het dak van zijn touk-touk kon hersteld worden. De anderen van het hulpteam verversten de verbanden en deelden de gevraagde medicatie en zalven uit, velen vroegen ons om medicijnen, maar wij zijn geen dokters en daarvoor niet bevoegd. Ze moeten eerst langs het hospitaal om een voorschrift en daarmee gaan we naar de apotheek. De politie-inspecteur zag dat we dit alles aankochten en vroeg om voor hem ook een verband mee te brengen, hij had last van spataders, ocharme.

Aan de gevraagde lijst van de familie’s was hij nog bezig, als ze zeggen kopiëren, bedoelen ze in feite overschrijven.Het werd te laat om nog langs het eerste kamp te gaan en intussen is het goed beginnen regenen.Die avond nog goed nieuws gekregen i.v.m. de container, vrijdag zal hij zeker aankomen.

Donderdag 31 maart

Vanmorgen op de werf geen zuchtje wind, bloedheet was het.Na de lunch is Jenny met het meisje van het eerste kamp op controle bij de dokter geweest. De arm was goed aan het genezen. We controleerden nog de andere wonden en zagen dat de meeste al aan de beterhand waren. Vandaar naar het tweede kamp om weer medicijnen uit te delen en naar de wonden te kijken, de politie-inspecteur was niet aanwezig, zijn verband hadden we trouwens niet bij.Premaratna was met zijn touk-touk voor het nieuwe dak gegaan, maar omdat het weer is beginnen regenen konden ze er nog niet aan beginnen, een dakzeil wordt er overgetrokken bij warm weer, de herstellingen gebeuren in openlucht. De Burger (Gerald) vertelde dat er op TV weer sprake was van een mogelijk nieuwe tsunami. Gerald vroeg ook of we voor zijn zoon Tony een knieverband konden kopen, dit had hij nodig omdat hij aan de knieschijf geopereerd was en niet lang kan blijven rechtstaan, we namen het voorschift mee van de specialist.

Vrijdag 1 april

s’Morgens véél regen op de bouwwerf, gewoon blijven doorwerken, dat was een goede verfrissing.Vandaar naar het tweede kamp gewandeld, het ligt er slechts een kleine km. vandaan. Tony heb ik dan het geld voor zijn knieverband meegegeven, hij moet dit gaan aankopen in Colombo omdat dit in de apotheken van Kalutara niet te verkrijgen is. Het verhaal van de herstelling van Premaratna zijn touk-touk was de ronde gegaan en ik kreeg een brief van een andere jongen waarvan zijn bromfiets defect was, ook door de tsunami. Hij is een visverkoper en al maanden zonder werk en wil terug beginnen. Een andere man die pas vader is geworden van een tweeling was een visser en durft de zee niet meer op. Hij wenst zijn kost te gaan verdienen als touk-touk chauffeur. Hier moet wel eerst eens over nagedacht worden. Van de politie-inspecteur kregen we de lijst van de familie’s, totaal 67, en…een lijst van de leden van de politie en air-force natuurlijk, hij weet dat er een container met goederen onderweg is.In de namiddag zijn we begonnen met een lijst van de samenstelling van de gezinnen op het strand. Hier kregen we te horen dat velen nog aan de kust willen blijven wonen omdat de toiletten en douches in de kampen zeer onhygiënisch zijn. De jongens Alexander en Jordy deelden er speeltjes uit. We maakten er ook nog een bedeling mee van Bata schoenen, woordenboeken en schooluniformen.Onze container is vandaag weer niet aangekomen, misschien een aprilgrap, we hopen op morgen.

Zaterdag 2 april

Vanaf vandaag werken we s’morgens niet meer op de werf, maar gaan ons toeleggen om de samenstellingen van de familie’s te noteren, dit om de pakketten te kunnen maken als de container aankomt, als…, we kregen te horen dat de komst weer uitgesteld was, deze keer naar maandagavond. We zijn direct na het ontbijt naar het strand gegaan met 4 personen, de zonen bleven in het hotel. Om het noteren sneller te laten verlopen splitsten we ons in twee groepen, we stonden met elkaar in verbinding door walkietalkies. Een vrouw met een jongetje van een jaar 10 vroeg me oogzalf voor haar zoon, die was al enkele malen aan zijn oog geopereerd en had een voorschrift van vrij dure oogzalf. Omdat ik het aan het jongetje kon zien besloot ik het voorschift mee te nemen naar de apotheek. Wat vrij duur is kost zo’n 3euro, maar met een inkomen van 1,5euro per week is dit voor hun niet te betalen. Na de lunch gingen we naar het eerste kamp, we waren nog maar pas begonnen of er stond een jongen met een zware snee in zijn hand, het was juist gebeurd. Dit moest wel genaaid worden en gingen met hem naar de dokter. Daar werd de jongen zo hysterisch dat hij zonder naaien terug naar het kamp kwam. Patrick heeft dan de snee goed ontsmet, dichtgetrokken met pleisters en een stevige windel er rond. Intussen noteerden we de samenstellingen van de gezinnen, we werden bijgestaan door een vriendelijke officier van de air-force. Hier in kamp één zitten 68 familie’s op een oppervlakte, die kleiner is dan een voetbalveld. Weeral veel regen vandaag, maar toch moeten we nog naar het tentenkamp, daar liet Tony het knieverband zien dat hij aangekocht had en gaf me het ontvangstbewijs. Premaratna zijn touk-touk had een nieuw dak, zijn geluk en dank liet hij geregeld blijken. Dan zocht ik de visverkoper (Kularathna) waarvan de bromfiets moest hersteld worden, zijn verhaal klopte want ik had me eerst hier en daar geïnformeerd. Ik ben met hem meegegaan naar het huis van zijn ouders waar de bromfiets stond, die was al geheel gedemonteerd om alle onderdelen terug op te poetsen want het zeewater had alles aangetast. Om hem opnieuw in elkaar te kunnen steken moesten vele delen vervangen worden. Ook de motor zat vast, met deze zijn we eerst naar de garagist gegaan om te laten herstellen.

Zondag 3 april

Uitstap, we hebben een busje met chauffeur voor één dag en willen daarmee de kustweg afrijden richting zuiden tot in Galle. De eerste stop was in de haven van Beruwala. Op de scheepswerf ervoor was men druk bezig om de boten met lichte schade te herstellen, hier en daar lagen nog wrakken, doormidden gebroken door de tsunami. In de haven waren pas de boten gelost met tonijn, haaien en andere grote vissen. De rit ging verder naar een schildpadkwekerij, deze mensen zorgen dat de schildpaddenpopulatie in stand blijft door ze te kweken en na enkele weken uit te zetten als ze groot genoeg zijn, dus niet meer vatbaar door vogels. Enkele kilometers verder, in Bentota, gingen we op zoek naar een andere oude bekende van Jenny, Nimal. Ze had geen adres of telefoonnummer meer van hem, maar na rondvragen hebben we hem gevonden. 28 jaar geleden was hij Jenny haar beach-boy van het hotel en nu heeft hij zijn eigen guest-house met 9 kamers en een restaurant. Het weerzien was hartelijk en we werden uitgenodigd om s’avonds op onze terugweg bij hem te komen eten.Onze tocht ging verder, hoe dichter we bij Galle kwamen, hoe meer tentenkampen en barakken we tegenkwamen. De zee was hier nog dieper het land ingegaan, tot bijna 1 kilometer. We zijn nog gestopt bij de ontspoorde trein waar 1500 mensen zijn omgekomen. Een deel van de trein is op een zijspoor terug rechtgezet als monument ter nagedachtenis. Er was net een bedeling van kleine kookvuurtjes op gas of petrol maar de mensen zeiden dat ze geen geld hebben voor de brandstof, ze hadden liever een stoel gehad om te zitten. In Galle stopten we eerst aan het New Oriëntal Hotel, dit is zowat het duurste van Sri-Lanka. Iedere gast heeft zijn eigen ober en roomboy, een gewone kamer kost 200 dollar… zonder ontbijt. Terwijl Jenny hier even op adem kwam bezochten de anderen het fort dat de Portugezen er nog gebouwd hebben. Door de hoge sterke muren is de oude stad erachter gespaard gebleven van de tsunami. In het centrum van Galle zag het er anders uit, dit is normaal een winkelstad. Van de honderden winkels zijn er maar enkele die tussen het puin terug open zijn, de koopwaar op een tafeltje of gewoon op de vloer. De impact van de zee moet hier catastrofaal geweest zijn, je kijkt in een huis dat ervoor een winkel was en je ziet de zee, de achtermuur is er volledig uit. Langzaam wordt hier terug opgebouwd. Heel opvallend is dat er nergens langs de kustlijn een boeddhistische tempel of beeld is beschadigd. De bevolking zegt: “er moet toch iets zijn…”. Op de terugweg zijn we dan gaan dineren bij Nimal, die had nog een verrassing, hij had de andere beach-boy van toen erbij gehaald, Anil, het was nog een gezellige avond.

Maandag 4 april

Om 9u. had ik een afspraak met Premaratna en zijn touk touk, hij is nu onze vaste man als we ons willen verplaatsen. We gingen op zoek naar een tweedehands touk touk voor de man in het tentenkamp die vroeger visser was, maar nu zijn kost wil gaan verdienen als taxichauffeur. Doch deze aankoop hebben we niet kunnen verwezenlijken, de prijzen voor tweedehands touk touk’s lagen veel te hoog voor het budget dat we nog beschikbaar hadden. Dan maar de visverkoper van de defecte motorfiets gaan opzoeken in het tentenkamp waar hij verblijft. Hij was er niet en er hing een gespannen sfeer. Gerald vertelde dat de avond ervoor een rel was uitgebroken in het kamp waarbij gevochten werd. We voelden dat we nu beter konden gaan en morgen terugkomen als het terug rustiger was. In het hotel aangekomen kregen we te horen dat onze container nog niet was aangekomen en dat het niet meer voor vandaag zal zijn. In de namiddag zijn we nog de verbanden gaan verversen in het kamp aan de spoorweg.

Dinsdag 5 april

Eerst terug de visverkoper gaan opzoeken, deze keer was hij wel aanwezig en we zijn gaan kijken naar de onderdelen van zijn motorfiets. Mijn eerste bedoeling was om met enkele jongens, hemzelf en Alexander en Jordy de delen zelf op te poetsen en een laagje verf te geven, maar deze mensen hebben niets van gereedschappen, oliën of verven. Hoe moesten we er dan aan beginnen? Ik heb toen alles naar de garage laten brengen. Het motorblok was intussen al hersteld. De garagist wilde er terug een motorfiets van maken met nieuwe en occasiewisselstukken voor een goede prijs. Dit vond ik goed, hij moest er wel zo snel mogelijk aan beginnen om de resultaten nog te kunnen fotograferen voor we terug naar België vertrokken. De weg naar de garage heb ik te voet afgelegd, op de hoofdbaan passeerden twee fonkelnieuwe schepkranen van het Rode-Kruis. Terug in het hotel vroeg mr. Gamenie me de gegevens van de container, ik gaf hem die en hij belde naar Colombo. Wat later kregen we te horen dat onze container pas op 20 april zal aankomen, wij vertrekken op 9 april. De reden ervan is dat het systeem van goederen behandelen in de haven was gewijzigd. Ze hadden pas een container onderschept met hulpgoederen”Tsunami”, maar deze bevatte illegale producten. Nu worden alle containers met Tsunami-goederen eerst gecontroleerd…volledig!, vandaar de vertraging. En wat hebben de andere leden van het Help-Team vandaag gedaan? Die zijn de ganse dag met Anil op stap geweest in Kalutara Zuid. Ze ontmoeten er de Turkse ploeg van het Rode Kruis dat de voedselpakketten bedeelt. Deze hebben er een huisje gehuurd en vrachtwagens. Ons team bezocht enkele kampen waar de situatie nog slechter was dan in Noord. Het had goed geregend en sommige van de tenten stonden onder water. Hier hadden een twintigtal familie’s zelfs nog geen toiletten en douches. Met gesponsord geld wilden Patrick en Vera hier toiletten en douches bouwen, er werd een aannemer gevraagd voor een bestek te maken, maar die bleek te duur, dus dan maar zelf opbouwen samen met de plaatselijke bevolking. Een aantal mannen is begonnen met de put te graven voor de 4 toiletten.

Woensdag 6 april

s’Morgens regelde ik eerst de kosten voor de reparatie van de motor van Premaratna zijn touk-touk met de garagist. Dan lieten we stickers maken voor op zijn voertuig: Belgium en de namen van de personen die het geld gegeven hadden waarmee de herstelling gebeurd was. Tegen de middag ging ik naar de kampen op Zuid. Patrick had al materialen besteld voor de douche’s en toiletten en de watercompagnie gecontacteerd om een hoofdleiding te leggen. Ik had een rugzak bij met nog kleinigheden zoals balpennen en stukken zeep die ik uitdeelde aan de familie’s. Kleine dingen, voor ons zijn het prullen en toch zijn deze mensen er gelukkig mee. Met z’n allen verkenden we deze omgeving, we liepen richting strand en zagen dat de tijd hier is blijven stilstaan sinds 26 december. Alle puin en afval lag er nog, alsof de tsunami gisteren was. Het leek wel een spookstad, slechts hier en daar zag je wat mensen. Onze aandacht werd getrokken door blanken die aan het bouwen waren, nader bekeken bleken het Duitsers die aan de heropbouw van een hotel bezig waren.

Donderdag 7 april

Vandaag ganse dag in tentenkamp Zuid, de materialen zijn aangekomen en er werd gestart met een 10- tal lokale mannen om de put op te metsen en de bodem voor de douche’s te betonneren. Het werd snel duidelijk dat deze mensen vissers zijn en dat ze van het bouwen met stenen en hout niet veel kennis hadden, maar de wil was er, slechts enkelen spraken een woordje Engels, dus legden we met hand en tand uit hoe ze het moesten doen en ze waren begonnen. Ik hield me vooral bezig met het aanleggen van de waterleiding, het traject werd opgemeten en uitgegraven, de buizen en koppelstukken aangekocht. Alles ging tegen een hoog tempo, het moest klaar zijn voor we terug naar huis zouden gaan, we hadden nog maar één dag.

Vrijdag 8 april

Vóórlaatste dag, ik wilde eerst met Kularathna naar zijn bromfiets gaan kijken in de garage, maar hij was naar het hospitaal zijn moeder gaan bezoeken, die was opgenomen met hartproblemen. Ik ben dan zelf in de garage gaan zien en het chassis van de bromfiets stond al in de grondverf, maar kon niet meer klaar zijn vóór we zouden vertrekken. In het kamp Zuid hebben we gewerkt tegen de klok, de watercompagnie is geweest en om 15u werd de kraan opengedraaid, alles was klaar! De omgeving werd opgeruimd want een reporter van de plaatselijke krant was uitgenodigd om de opening te komen fotograferen. Er werd een kleine ceremonie gehouden voor de opening, het lint werd doorgeknipt, de arack op tafel gezet en een feestje gebouwd. Toen kwamen er 3 mannen het terrein opgewandeld, het was een volksvertegenwoordiger en 2 man van een plaatselijke hulporganisatie, ze hadden van onze actie gehoord en wilden een kijkje komen nemen. Hier hebben we onze bevindingen aan verteld. Ik zei aan de volksvertegenwoordiger dat de regering vooreerst een prijzenstop zou moeten invoeren want de getroffenen zijn alles kwijt en kunnen zeer moeilijk terug starten omdat de prijzen van de gronden en bouwmaterialen sinds de tsunami fors de hoogte zijn ingegaan, de man luisterde zeer aandachtig. Na een halfuurtje zijn ze vertrokken, we hopen dat hij de boodschap doorgeeft. Voor de mannen van dit kamp die aan ons project hadden meegewerkt had Patrick nog een verrassing. Hij had nog geld van een andere sponsor en kocht er een aantal nieuwe visnetten mee, deze werden naar het huis van Anil gebracht en daar werden ze aan de vissers uitgedeeld. We bleven die avond bij Anil dineren en om 23u waren we terug in het hotel.

Zaterdag 9 april

De laatste dag; bij het ontbijt kreeg ik het bezoek van Kularathna en zijn vrouw, hij had gehoord dat ik gisteren naar hem op zoek was. Een bedankingsbrief en een geschenkje hadden ze bij omdat ik hem geholpen had met zijn bromfiets. Vandaag moesten we nog op familiebezoek bij Shirley, Jenny en ik zijn dan met onze bagage vertrokken en zullen vandaar naar de luchthaven gaan. De anderen van het team bezochten voor de laatste maal het spoorwegkamp en gingen nog even kijken naar de huizen.  Patrick heeft nog afgesproken met Gamenie, Anil en de leden van IOM hoe de bedeling moet gebeuren van de goederen uit de container. Ik heb Anil mijn fototoestelletje gegeven om dit alles vast te leggen en hij zal ons nadien de foto’s toezenden. Na ons bezoek aan Shirley ontmoeten we elkaar terug in de luchthaven, het inchecken verliep vlot, behalve voor de fiets die ik gekocht had en wilde meenemen. Ze wisten niet goed wat ermee gedaan, dan bleek het de eerste maal te zijn dat er een fiets bij de bagage moest, ze hadden het voorheen nog nooit meegemaakt. We zijn goed aangekomen te Schiphol…ook de fiets.

22 april: België

We krijgen bericht uit Sri-Lanka dat de container eindelijk is aangekomen, maar het is een puinhoop. In de haven is hij helemaal uitgeladen en daarna de goederen op een hoop er terug ingegooid. Van wat we thuis gesorteerd en opgelijst hadden bleef niet veel meer te zien. Toch zijn de pakketten gemaakt en bedeeld, ook de bestrijdingsmiddelen tegen het ongedierte waren erbij. De foto’s die Anil gemaakt heeft zijn onderweg.

Algemeen

Sri-Lanka is en blijft een mooi eiland maar dient heropgebouwd. Families die geen woning meer hebben en geregistreerd zijn zullen in de loop van de komende jaren een woning krijgen van de regering, dit is hun toch beloofd. Doch binnen de honderd meter van de zeelijn mag niet meer gebouwd worden, enkel hotels. Er moet land en woningen gezocht worden meer binnenlands, maar die plaatsen zijn te krap voor zoveel mensen, bovendien zijn de meesten vissers die dan te ver van de zee gaan wonen. Velen zijn niet geregistreerd en zullen moeten geholpen worden door organisaties. Voor de bijkomende hulp is er nog geen oplossing. Slechts een klein deel van de mensen is na 4 maand terug aan het werk, diegenen die buitenhuis werken. De meeste anderen hadden een zelfstandige activiteit, vissers, schrijnwerkers, loodgieters, elektriciens, metsers, verkopers, taxichauffeurs, enz.

Hun materiaal en gereedschap is weggespoeld en ze hebben het geld niet om nieuw te kopen.

Je ziet ze de ganse dag niksen, rondhangen in groepjes, roken en drinken, de fut is eruit. Om deze situatie aan te pakken moet je ze een push geven. Bezorg ze nieuw materiaal voor hun job. Geef de vissers een boot en netten, de metser een kruiwagen, truweel en schop, de elektricien schroevendraaiers, tangen, meettoestel, de schijnwerker hamer, beitels, zaag, herstel de voertuigen die defect zijn voor de verkopers en taxichauffeurs en bekijk wat er nodig is voor de beroepen die ik hier nog vergeten ben. Dit is een project op lange termijn waarvan je op korte tijd al de eerste resultaten kunt boeken.

Het vervolg

We hebben besloten om volgend jaar terug te gaan. Normaal komen nu de Europese hulporganisatie’s op gang met het grote geld en dat willen we ter plaatse gaan bekijken. Zijn ze er niet, of zijn ze delen vergeten dan zal de situatie er nog op verslechterd zijn. De getroffenen krijgen een uitkering van de regering, maar er was sprake dat dit maar tijdelijk is. Vanaf eind april worden de containers met hulpgoederen niet meer gratis ingeklaard. Onze volgende actie bestaat eruit om met geld de dingen aan te kopen die de beroepen nodig hebben. De prijzen in Sri-Lanka liggen tien maal lager dan bij ons.

Programma

Nog dit jaar doen we enkele rommelmarkten.

We organiseren een gezellig etentje met aansluitend dansgelegenheid (plaats en datum volgt)

We verkopen Srilankese thee.

…………..

 

Sponsors

Arcadis-Netfuel-Olaf-Xavier-Karen-Lydia-Koen-Hermien

 

 

Auteur: Herman

Voor meer informatie bel of mail: Tel:032530135, h.verhelst@pandora.be

 

 

 

 

 

 

Niets uit dit verslag mag gekopieerd of gewijzigd worden zonder toestemming van de auteur!