De leden van het “Help-Team” Beveren-Zwijndrecht die aan deze reis hebben deelgenomen zijn: Herman & Jenja, Patrick & Vera, Luc & Elsje. Sinds onze vorige reis hebben we verscheidene acties georganiseerd om geld in te zamelen, zoals: rommelmarkten, een cocktailverkoop, benefietavond en het peterschapsplan. Ook de vrijwillige stortingen van sympathisanten hebben ertoe bijgedragen dat we voor de tweede maal humanitaire acties konden ondernemen in het kleine onbekende vissersdorp Kalutara aan de zuidwestkust van Sri-Lanka. Op 26 december 2004 zwaar getroffen door de tunami.
Aan alle sponsors onze welgemeende dank! InleidingNa onze reis van vorig jaar bleven we met te veel vragen zitten, we wilden weten wat er met de goederen uit onze 40 en 20 voetcontainer precies was gebeurd en hoe de getroffen mensen van de Tsunami intussen werden geholpen door de regering en NGO’s. Van onze vriend ter plaatse Shirley hadden we een brief gekregen waarin hij vroeg of het bij ons volgend bezoek mogelijk was om een Katholiek schooltje te helpen in zijn dorp. Vrijdag 27 januariOm 4u30 landen we in Colombo. De vlucht was deze keer rechtstreeks zonder tussenstop te Sjar-jah. De nieuwe vleugel van de luchthaven, die vorig jaar in opbouw was, is intussen voltooid. Een gedenkplaat laat je weten dat deze vleugel is gesponsord door Japan. Buiten werden we opgewacht door Shirley, onze Sri-Lankese vriend en Piris, de chauffeur van het busje die ons vorig jaar ook geregeld heeft vervoerd. De temperatuur viel heel goed mee, het is nu de koele periode in Sri-Lanka, ‘s nachts ong 21°, overdag 30-35°.De eerste stopplaats was bij Shirley thuis. We kregen een ontbijt aangeboden door zijn vrouw en dochter, die voor de gelegenheid heel vroeg waren opgestaan. We aten melkrijst geserveerd op een bananenblad, sneden brood die ontdaan waren van de korsten en gesmeerd met mosterd, zelfgebakken cake en pikante balletjes, geserveerd op gazettenpapier: een echt inlands ontbijt. Het werd licht en Shirley bracht ons naar de Katholieke kerk van Father(pastoor) Ronnie. De oorspronkelijke school ernaast was vroeger van de kerk maar is ontnomen door de regering, die is nu Boeddhistisch. De Katholieke gemeenschap van het dorp heeft door middel van inzamelingen, benefieten enz. geld kunnen inzamelen om aan de kerk een nieuw schooltje te bouwen. Voorheen kregen de 155 kinderen les onder de bomen of het afdak van de kerk wat in het regenseizoen niet praktisch is. Het schooltje is gebouwd met de middelen die ze hadden en veel werk werd uitgevoerd door vrijwilligers. Maar het kon nog niet in gebruik genomen worden want er ontbraken nog toiletten, ramen en schoolbanken.
Omdat we van België uit nog geen hotel geboekt hadden, zijn we eerst op zoek gegaan naar een overnachtingplaats. Na enkele hotels in de streek bezocht te hebben, kwamen we terug terecht in het Garden Beach hotel. (hetzelfde van vorig jaar). Dit is uiteindelijk het voordeligste uit de buurt en Gamini, de eigenaar kennen we ook. Hij heeft in april ’05 onze 40 voet container in ontvangst genomen. Na het inchecken was het nog maar 14u, de chauffeur stond er nog met zijn busje en we besloten om samen de omgeving eens te verkennen. De rit ging langs plaatsen waar nieuwe huizen gebouwd worden en de plaats waar vorig jaar de tenten stonden opgesteld. die zijn nu allemaal verdwenen. Intussen wonen vele families in de nieuwe huizen. De tijdelijke houten barakken zijn nog bewoond, in afwachting dat ze een nieuwe woning toegewezen krijgen. Er zijn ook nog barakken bijgebouwd vooral door IOM, een organisatie die sinds vorig jaar heel actief is in de streek Kalutara. Het algemene beeld dat we kregen was dat er nu geen mensen meer verblijven in tenten. Dat is al een stap in de goede richting. Dan ging de rit naar Katukurunda, in het zuiden van Kalutara. Hier hebben we vorig jaar de tijdelijke toiletten en douches gebouwd voor de mensen uit het tentenkamp. Ook hier zijn de tenten verdwenen en de families wonen nu in barakken, wat nog niet ideaal is, maar toch iets beter dan een tent. We komen veel bekenden tegen van vorig jaar. Ze verwelkomen ons hartelijk. De vissers gaan nu dagelijks terug de zee op…nog met dezelfde netten die we hen vorig jaar schonken. De douches en toiletten zijn nog maar twee maand niet meer in gebruik. Je kunt er aan zien dat ze hun dienst bewezen hebben. Doch de man van de grond waar alles staat en waar ook de watermeter gezet is, liet ons rekeningen zien van de watercompagnie. Die waren nooit betaald en al opgelopen tot €300. Omdat in de andere kampen de waterrekeningen door de regering werden betaald, namen we de rekeningen mee om eens te gaan praten met de watercompagnie. Zaterdag 28 januariNa een woelige nacht met veel lawaai door een trouwpartij in het hotel en een defect muggenapparaat verschenen we pas om tien uur aan het ontbijt. Met een rugzak vol kleine speeltjes vertrokken we op verkenning langs de kuststreek. Ook hier zijn alle tenten verdwenen en het viel ons op dat er opnieuw veel vissersboten op het strand lagen, wat een goed teken is. Heel de kustlijn zag er anders uit dan vorig jaar. Je ziet nog veel kapotte huizen, maar die mogen van de regering toch niet meer heropgebouwd worden binnen een straal van 100 meter van de zeelijn. Het puin en de rommel is nog niet verdwenen, maar zijn nu door planten overgroeid. De regering heeft de eerste 50 meter van de zee palmbomen laten bijplanten. Sommige staan zelfs op de plaats waar voorheen een huis stond, midden in de fundering. De bomen zijn nu nog maar 1 meter hoog. Als het hun bedoeling is om de volgende tsunami tegen te houden, zal deze toch nog enkele tientallen jaren moeten wachten tot de bomen groot en stevig genoeg zijn. Wij denken dat de echte bedoeling is om te vermijden dat er op het strand nog gebouwd word. We werden aangesproken door een jongen met zijn driewiel(kleine taxi), het was Premarathna, de jongen wiens voertuig we vorig jaar lieten herstellen, het ging hem goed. Hij woont nu ook terug in een stenen huisje en verdient zijn brood. We maakten met hem een afspraak om ons s’avonds te komen ophalen zodat we zijn vriend Kalurathna eens konden opzoeken, de visverkoper waarvan ik vorig jaar zijn bromfiets liet herstellen. Op onze verdere verkenningstocht langs het strand stoten we op Gamini. Die was de werken van een afwatering aan het opvolgen. Terwijl we met hem stonden te praten, werden we aangesproken door een kleine man, we moesten naar hem kijken terwijl hij enkele circusnummers deed. Hij vroeg om tot bij hem thuis te komen om zijn zieke dochter te bezoeken. We noteerden zijn adres want hij woonde wel enkele kilometers verder. Omdat we honger kregen, stopten we aan een guest-house Petters Beach Inn, vlak aan het strand gelegen en al helemaal gerestaureerd. De eigenaar, een Noor, kwam bij ons zitten voor een babbeltje. Hij vertelde hoe hij hier terecht gekomen was en wat hij gedaan had tijdens de tsunami. We zijn hier iets langer dan gepland moeten blijven omdat het hard begon te regenen. Het kan hier kort, maar met emmers uit de lucht vallen. Toen het stopte met regenen ging onze weg verder richting spoorwegkamp. Onderweg luisterden we naar de mensen en deelden de speeltjes uit aan de kinderen. De helft van het spoorwegkamp is nu een bouwwerf. Een bord vooraan laat je weten dat het Rode Kruis hier flats bouwt voor de tsunami slachtoffers. Ze moeten nog tot december geduld hebben, dan zijn de flats klaar. De hangars waar vorig jaar tientallen families zaten opeengepakt zijn leeg. Ze zijn verhuisd naar een nieuw tijdelijk kamp van IOM; grotere barakken op een stuk grond van een tempel. In de andere helft van het kamp wonen nog families in houten barakken tot de flats klaar zijn. Vandaag was er kinderanimatie, door het Rode Kruis georganiseerd. De mensen herkenden ons en wisten nog dat we hen vorig jaar verzorgd hadden. De grootste miserie van vorige keer was weg, iedereen was vrolijk want ze kunnen binnenkort verhuizen naar een woning. Tegen 18u30 waren we terug in het hotel. Gamini kwam ons vergezellen en liet ons een fotoboek zien van de bedeling van de goederen uit onze container vorig jaar. Een groot deel is naar de kampen gegaan, maar ook naar het hospitaal, een school en een weeshuis. Dit beeldmateriaal kan niet liegen, op de foto’s herkennen we de dozen met onze stickers. We vroegen of hij foto’s kon laten bijmaken wat geen probleem was. Premarathna was aangekomen en we reden met hem naar een ander nieuw tijdelijk kamp. Hier wonen nu de mensen die voorheen in het blauwe tentenkamp zaten, waaronder Kalurathna. Er was een podium opgesteld waar een lokaal groepje kwam optreden deze avond. We werden hartelijk onthaald door Toni, de zoon van de burger Gerald. Voor hem kochten we vorig jaar een knieverband. Dit wist hij nog heel goed. Hij had nu op het kamp een stalletje waar hij hoppers verkocht. Dat is soort pannenkoek gebakken in een klein wokpannetje, dan een ei in het midden waarna het werd opgerold. Het smaakt naar niets maar het vult de maag. De politie-inspecteur die toen de hoede over het blauwe tentenkamp had stond plots achter ons. Hij deed een babbeltje met Luc & Elsje, ons had hij niet gezien, al goed(lees vorig dagboek). Het deed deugd om na een jaar al deze mensen terug te zien en Kalurathna met zijn herstelde bromfiets. Ook deze jongen heeft zijn vroeger leven kunnen hervatten. Er waren wel enkele gebreken aan de bromfiets en de garagist wilde die niet meer herstellen. We zullen morgen eens langs die garagist gaan. Vóór de show begon werd Jenny op het podium geroepen om mee de kandelaar van de vriendschap aan te steken, het is een typisch Sri-Lankees gebruik. Dan kwam er iemand een toespraak houden. De installatie stond keihard en met een verschrikkelijke echo. Uit beleefdheid bleven we zitten tot hij gedaan had en dan namen we afscheid. Het was al 21u en we hadden nog steeds niets gegeten Zondag 29 januariDe tocht ging vandaag te voet naar Kalutara centrum. Er was veel beweging rond de tempel, iedereen in het wit en in lange rijen liepen de mensen van en naar de tempel. Zowel aan Boeddhisten, Katholieken, Hindoes en Moslims merk je dat ze heel hard aan hun geloof gehecht zijn. Van het centrum gingen we richting zee. Deze kuststreek hadden we vorige jaar niet bezocht en we wilden wel eens weten hoe het daar gesteld was. We kwamen uit op de spoorlijn waarlangs ook weer veel gezinnen wonen. De huizen bleken niet beschadigd te zijn. Dit komt omdat hier voor de kust zich een landtong bevindt die de grootste golven heeft opgevangen. Omdat de kinderen ons steeds bonbons kwamen vragen, kocht Vera aan een winkeltje een zak snoepjes om uit te delen. Een man vroeg of we een tochtje wilden maken met zijn motorboot. Duur was het niet en zo konden we de kustlijn eens bekijken. Eerst vaarden we een stuk de rivier op. Hier zie je de zandduikers, een volk dat zich bezighoudt om rivierzand naar boven te halen, zonder enige machinale hulp. Met een schaal duiken ze zonder flessen of snorkel naar de bodem om het zand te scheppen en dan in een bootje te kiepen. Aan de oever begint het opnieuw, het zand wordt uit de boot geschept en naar de kant gebracht. Het is heel zwaar werk. De mensen hier worden niet oud. Dan lieten we ons afzetten in Katukurunda. Daar ontmoetten we Philip, de jongen waarvan zijn huis totaal verwoest is door de tsunami. Zijn zuster is toen verongelukt. Hij leeft nu alleen in een kleine barak. Omdat er geen plaats genoeg is, woont zijn vrouw en kinderen bij haar ouders in de bergen. Het is 6 uur rijden en ze zien elkaar slechts tweemaal per jaar. We gingen rond de tafel zitten in het A-Prima hotel, vlak aan het strand. Dit was tijdens de tsunami heel zwaar beschadigd en nog niet heropgebouwd. De hoteleigenaar vertelde waarom. Hij had kort na de ramp van de regering € 21500 gekregen voor de heropbouw. Maar omdat hij zag dat alleen hij werd geholpen en niet de getroffen mensen uit zijn omgeving heeft hij dit geld gebruikt om voor die mensen allerlei noodzakelijke dingen aan te kopen; zoals klederen, kookmateriaal, eten en schoolmateriaal voor de kinderen. Aan zijn hotel is nu pas begonnen terwijl de andere hotels in de buurt al hersteld zijn. Daarna gingen we richting kamp. Onderweg zagen we nieuwe vissersboten. Die zijn geschonken door Noorwegen. Het barakkenkamp is voor 99% bezet door vissers. De enige met een ander beroep is een schijnwerker. Deze man heeft onder een afdak van zijn barak een werkplaats gemaakt waar hij meubeltjes in elkaar steekt met de middelen die hij heeft. Hij heeft vorig jaar ook meegewerkt aan de douches en toiletten. Maar bij gebrek aan tijd en geld hebben we hem toen niet meer kunnen helpen. We noteerden wat hij zoal nodig had, vooral een boormachine, wipzaag en enkele kleine zaken. Philip regelde een busje waarmee we richting Bentota reden, naar onze vriend Nimahl. Onderweg in het plaatsje Morutuwa, zei Philip dat er de laatste tijd geregeld onrusten zijn. Er wonen hier vrij veel moslims en bij vechtpartijen zijn er onlangs enkele doden gevallen. Maandag 30 januariVanmorgen vertelde we het verhaal van de gebreken aan de bromfiets van Kalurathna aan Philip. Hij ging met ons naar de garagist, maar die was niet aanwezig. Philip zei dat hij eens met zijn schoonbroer zal spreken die politieagent is en dat ze dit wel zullen oplossen. Dan reden we naar Kalutara centrum. We kochten er het gereedschap voor de schrijnwerker en gingen langs de watercompagnie voor de waterfactuur van het kamp. Die stuurden ons door naar het gemeentehuis. Daar spraken we met een hooggeplaatste persoon. Die zei dat de regering de facturen betaald als het voor tsunamislachtoffers is. Aan Philip deed ze de uitleg wat hij moest doen. Terug in het kamp overhandigden we de gereedschappen aan de schrijnwerker. We vertelden aan de man waar de watermeter staat dat de regering de facturen zal betalen. We namen onze lunch in ons hotel en praatten met Gamini. Hij bevestigde wat ons vermoeden al was, namelijk dat de mensen in de kampen nu meer dan voldoende hebben. Hij vroeg of we geen zin hadden om mee te rijden naar een arme gemeenschap aan de rivier. Achttien families van Tamil afkomst die in erbarmelijke omstandigheden wonen. We stemden toe en zagen daar hoe deze families op een kleine plaats opeengepakt zitten. Daarna reden we naar het General Hospital. Het was voor ons het eerste bezoek en we waren wel een beetje verbijsterd van hoe het hier aan toe ging. Het gebouw werd gebouwd in 1955 en is sindsdien nog niets veranderd. De hospitalen zijn van de regering, maar die doet er niet veel aan. De bedden, de kasten en toestellen zijn totaal verroest en versleten. Hier zijn vorig jaar veel goederen uit onze container bedeeld. We hadden een rugzak bij met kinderpetjes en deelden die uit aan de kleinsten. Het hospitaal had dringend nieuwe aërosoltoestellen nodig. Ze hadden er maar 1 voor 3 afdelingen. Het ene masker dat er aanhangt, gaat van mond tot mond. Een waterkoker die gebruikt wordt om kindermelk aan te maken, stond te lekken. Terug in het hotel bespraken we de acties die we gingen ondernemen. Aan Gamini vroegen we om de toestellen voor het hospitaal mee te brengen uit Colombo, hij komt er toch dagelijks. De arme families zullen we morgen terug opzoeken. Terwijl we hierover aan het vergaderen waren werden we aangesproken door enkele mannen. Die stelden zich voor als politiekers. Eén van hen was de ‘lokale minister van cultuur’. Bij ons noemen we zo iemand schepen van cultuur. Ze bleken geïnteresseerd in onze acties en zeiden dat deze ‘minister’ er voor kon zorgen dat we gratis bouwland van de regering konden krijgen als we er huizen op zette voor tsunami-slachtoffers. Hier wilden we wat meer over weten en maakten een afspraak. Dinsdag 31 januariDe wandeltocht ging vandaag langs de scholen. Eerst stopten we bij een jongensschool aan het spoorwegkamp. We spraken met de directeur en vroegen naar de noden van de school. Hij zei dat het Rode Kruis een nieuwe school aan het bouwen is. Voor de inrichting moeten ze zelf zorgen. Ze moeten zelf de oude schoolbanken en meubilair verhuizen. De kinderen krijgen pen en papier van de school. Ook een meisjesschool werd bezocht aan het station. Terug op de hoofdbaan stapten we het nieuwe gebouw binnen van het Rode Kruis. Het was pas sinds 30 december ’05 in gebruik. Alles was nieuw: burelen, stoelen, kasten en computers. Dit is het nieuwe hoofdkwartier van de streek. Volgende afdelingen zijn er gevestigd: Sri-Lanka; België; Amerika; Spanje; Ierland; Turkije; en IFRC (International Federation Red Cross).Buiten staan enkele nieuwe terreinvoertuigen. We stapten binnen en werden vriendelijk onthaald. Op onze vraag om met de afvaardiging van het Belgische Rode Kruis te praten werden we doorverwezen naar Ethagena, het oude adres. De verhuis was voor binnenkort. Met deze mensen praatten we ook over de scholen. Ze bevestigden wat we van de schooldirectie hadden gehoord en als blijkt dat ze toch meubels en dergelijke nodig hebben worden die alsnog door het Rode Kruis aangekocht. Na de lunch bezochten we opnieuw de achttien Tamil-families. Op onze vraag hoe we deze mensen konden helpen, zei Gamini een voedselpakket te geven voor enkele maanden. Intussen ging hij uitkijken of de mogelijkheid bestond of er huizen voor hen konden gebouwd worden. We vonden dit een goed idee. ‘s Avonds berekende we hoeveel we aan elke familie konden besteden en de bestelling werd gedaan. Honderd mensen eten geven voor twee maanden kost in totaal: € 495. Woensdag 1 februariVandaag is een speciale dag voor één van onze leden. Het is de verjaardag van Luc. We maakten er een speciaal ontbijt van aan het zwembad. Daarna hebben we voor de achttien families voedselpakketten samengesteld. Elk pakket bestond uit 25kg rijst, dal (een soort linzen), ajuin, curry- en chilipoeder, 3kg melkpoeder, kokosolie, suiker, thee, zeep, waspoeder, tandenborstels en tandpasta, in totaal 35kg per familie. Sommige verpakkingen moesten we opzettelijk beschadigen. Dit om te voorkomen dat ze de producten zouden verkopen voor arak, de lokale sterke drank. Velen zijn hieraan verslaafd. Omdat het alles samen toch meer dan 600 kg. Woog, hadden we een vrachtwagen nodig om de pakketten ter plaatse te krijgen. We deden de bedeling zelf om er zeker van te zijn dat elke familie zijn pakket kreeg. Als laatste gaven we aan elk nog een zak met kleren. Daarna ging het richting centrum, op zoek naar ziekenhuismateriaal. De bedden vonden we niet omdat die op maat moesten gemaakt worden, maar wel een waterkoker van 15 liter, geheel in inox, kostprijs €37. Donderdag 2 februariWe hadden vandaag de afspraak met de ‘minister’. Hij was van zijn woord en met zijn airco-minibusje reden we naar Kalamula, een streek van Kalutara vlak aan een kleine militaire luchthaven. We stopten aan een lap grond van 15ha groot. “Hier is het” zei hij. “Als je van plan bent om hier huizen te bouwen voor tsunami-mensen dan zorg ik ervoor dat die grond op jullie naam komt te staan, gratis”. Hij voegde hier nog aan toe dat we de bouwmaterialen aan inkoopprijs konden verkrijgen. Verteld hij hier de waarheid of was het een campagnestunt voor de nakende verkiezingen? We stonden er even bij stil. Maar om dit te kunnen verwezenlijken hadden we wat meer nodig dan enkele duizenden euro’s. Op de grond ernaast waren al 24 nieuwe huizen opgericht door Nederlanders, genaamd: Royal Palm Dutch Village. De nieuwe straat heet zelfs:’Prinz Willem Alexander Road’. Na de middag zijn we naar Philip’s verwoeste huis gaan kijken. Hij zou hier graag terug komen wonen, want als hij besluit ergens anders te wonen krijgt hij van de regering een aalmoes voor zijn grond. Die gronden worden nadien voor veel meer verkocht aan hotelketens. Dit verhaal krijg je aan de kust regelmatig te horen. Niet ver daarvan staat nog een heel grote tent van het Rode Kruis. Vorig jaar nog intens gebruikt maar nu al 4 maand leegstaand. Terug in het hotel bracht Gamini ons de aërosoltoestellen voor het hospitaal. We zijn die nog samen met de waterkoker gaan brengen. De dokter en verpleegsters waren er heel gelukkig mee. De machines werden uitgepakt, een foto van genomen en 2 minuten later al in gebruik. Vrijdag 3 februariOp het programma stond vandaag: bezoek aan het Belgische Rode Kruis en haar bouwwerven, een revalidatiecentrum en een weeshuis. Op onze weg zagen we al bouwwerven van Caritas en IOM. Aan het adres van het Belgische Rode Kruis bleek niemand aanwezig. Philip informeerde bij de omwonenden en uiteindelijk wist toch iemand te vertellen waar hun bouwwerf is, in Beruwela. Het was een stuk terug. Hier zullen we dan wel stoppen op onze terugweg. De volgende halte was het revalidatiecentrum Sarvodaya. De grote woning (waarschijnlijk nog gebouwd door de Engelsen) was verlaten op de conciërge na. Alle bedden, meubilair en toestellen stonden er nog maar werden al geruime tijd niet meer gebruikt. Sommige waren defect en andere verroest. Hier konden we niets doen. Onze rit ging verder, langs de kustlijn weer geen tenten meer zoals vorig jaar, maar tijdelijke barakken en overal zie je bouwwerven. Via een smal hobbelig weggetje kwamen we aan het weeshuis. De bouw is begin jaren’90 gestart door Japanners, nadien bijgebouwd door de Engelsen. Er zijn nog schenkingen gebeurd door andere landen, een hele puzzel. Het resultaat mag wel gezien worden. Het is nog wel volop in afwerking maar het beloofd een praktisch en mooi verblijf te worden, gelegen aan een meer. Er verblijven momenteel acht kinderen tussen 6 en 12 jaar die hun ouders verloren bij de tsunami. Als de bouw af is komen er nog andere wezen uit de streek bij die nu nog in kleinere weeshuizen verblijven. Omdat de kinderen nog niet aanwezig waren, gingen we eerst iets eten. Teruggekomen overhandigen we elke jongen een pakket, bestaande uit short, T-shirts en ondergoed, schrijfgerief en kleurpotloden. Als laatste kregen ze nog een voetbal en cricketstokken. Nadat we onze namen in het gastenboek zetten vertrokken we. Op de terugweg stopten we aan een bouwwerf van het Rode Kruis. Of dit van het Belgische was konden we niet uitmaken. Er stonden grote mooie huizen met uitgewerkte houten ramen, betegelde vloeren en badkamer, vrij luxueus. Ze waren al grotendeels bewoond. Daarna bezochten we Philip zijn ouders. Die woonden in huizen opgericht door een Oostenrijkse organisatie. De grond was geschonken door de kerk. Zaterdag 4 februariJenny en ik bezochten onze vriend Nimahl in Bentota. We spraken er met zijn vriend die al sinds de tsunami een medewerker is van een Cypriotische organisatie ’Medici du monde’. Die hebben de slachtoffers geholpen door ze eten te geven en importeerde vele containers met goederen. Nu staan de hospitalen nog op het programma, waaronder de aankoop van nieuwe bedden. Hij vertelde ons ook wat iemand in Sri-Lanka verdient. Een ober €50 per maand en een dokter of ambtenaar €123. Terwijl we met Nimahl en zijn vriend praatte barstte een hevig onweer los. Toen dat over was wandelden we langs de kust. Veel volk en een vlag aan het politiekantoor trok onze aandacht. Op een pick-up stond in de schaduw van een kleurige paraplu een Boeddhabeeldje. Nimahl informeerde en vertaalde wat er gebeurd was: een groep van 4 jongeren waren betrapt bij het stelen van dit beeld. Het is heel oud en bevat 2,5 kg aan goud. De monniken zongen om het beeld te zuiveren en Boeddha vergiffenis te vragen. De andere leden van ons team (Patrick, Vera, Luc en Elsje) zijn vandaag in Katukurunda gebleven om het huis van Philip terug op te bouwen. Hier hun verslag:
Na het ontbijt besloten we om met vier personen naar katukurunda te gaan ( Patrick, Vera, Luc en Elsje). We vertrokken te voet langs het rivierkamp waar we voorheen voedselpakketten hadden bedeeld, de mensen zaten buiten en lachten ons een goedemorgen toe. Aangekomen op de hoofdweg hebben we de tuk tuk genomen ( hersteld door Herman vorig jaar) Toen we in katukurunda aankwamen was er iemand die ons vertelde dat Philip nergens te bespeuren was. Op het strand vertelde men ons dat Philip aan het vissen was op zee, in de verte lag een vissersboot dus het zou wel eens mogelijk kunnen zijn dat het Philip was. Luc en twee andere vissersjongens namen een katamaran en gingen Philip op de hoogte brengen dat wij hem zochten en op hem wachten. Voor Luc was dit een hele belevenis om in zo’n piepklein bootje de zee op te gaan. Plots kwam Philip er aangefietst hij kwam van het centrum en was op zoek geweest naar rubberen toppen om op de ziekenhuisbedden te plaatsen die wij aan het plaatselijke ziekenhuis hadden beloofd. Na dat we allen verenigd waren, besloten we met grote dorst eerst een terrasje te doen. We vroegen aan Philip of hij nog een idee had voor een goed project waarop hij antwoorden dat hij niet direct iets wist maar hij kende nog wel arme mensen en weeskinderen die hulp zouden kunnen gebruiken. Maar daar we al wat arme mensen en een weeshuis geholpen hadden wilde we wel eens iets actiefst doen. Steeds dacht Philip aan andere nooit aan zichzelf, waarop we gezamenlijk op het zelfde idee kwamen om na het horen van Philips verhaal hem een keer te helpen. Na de tsunami is zijn vrouw en drie zoontjes in de bergen gaan wonen bij haar ouders omdat hun huis totaal vernield was Philip moest aan de kust blijven want hij is visser en er moet geld in het laatje komen met het gevolg dan het gezin al meer dan een jaar gescheiden leefde. Wij gingen er voor zorgen dat het gezin weer herenigd werd. We hadden in gedachten om het bestaande huis opnieuw op te bouwen maar na informatie bij IOM,kregen we te horen dat waar Philips huis staat niet mag heropgebouwd worden,zelfs de niet getroffen woningen moesten met de tijd plaats ruimen voor een super luxueus beach resort. Dus moesten we een andere oplossing vinden. We dachten als een nieuwbouwhuis 2500 euro kost, dan moet een bestaand huis niet zoveel kosten, maar Philip bevestigde ons dat de kans dat we een huis te koop zouden vinden bijna nihil was maar dat hij wel een huisje van drie plaatsen te huur wist staan. Toen we ter plaatsen kwamen wisten we niet wat we zagen hier in België zetten we er onze koeien nog niet in maar Philip was dolgelukkig met het huisje Na het onderhandelen met de huisbaas hebben we het huisje gehuurd voor een jaar nutsvoorzieningen inbegrepen, alles werd op papier gezet en op de gemeente afgestempeld met een officiële stempel Het was een bewogen dag maar met een goed gevoel zijn we naar het hotel terug gekeerd. Zondag 5 februariDe tocht voert vandaag naar Welingama in het zuiden van Sri-Lanka. Hier is het Belgische leger actief geweest na de tsunami. De reden van deze trip is dat Luc’s broer Jan hierbij was en dat we uitgenodigd waren bij een vriend van Jan. Onderweg was het weer opvallend dat de tenten verdwenen zijn en dat er heropgebouwd wordt. Veel nieuwe wijken zijn als paddestoelen uit de grond gerezen. Toch zie nog veel barakken, maar dat is normaal. We zijn nog maar een jaar later. Alle huizen terug opbouwen duurt zeker nog 5 jaar. Aan de wegen wordt ook gewerkt. Die krijgen een nieuwe asvaaltlaag. Dan kwamen we ter hoogte van de ontspoorde trein maar die staat er nu niet meer. Vorig jaar was die op een zijspoor gezet als monument en is nu verhuisd naar een museum waar nog andere dingen staan die aan de tsunami herinneren. Op de plaats van de ramp staat nu een gedenkplaat. Ook in de stad Galle zagen we het verschil tegen vorig jaar. In Welingama werden we hartelijk ontvangen door Shoumi, de vriend van Jan. Dan kregen we van hem een rondleiding langs de plaatsen waar de Belgische Genie actief was. Ze hebben hier puin geruimd, aan een hospitaal en een school gewerkt. In de haven werden we verwelkomd door de schipper waarmee het duikteam van de Genie de boten bovenhaalden om de motoren te kunnen recupereren. We lunchten bij Shoumi en daarna ging het terug richting Kalutara. Maandag 6 februariOnze groep is vandaag gesplitst om twee projecten te kunnen verwezenlijken. De eerste groep van Jenny en ikzelf reden naar het Katholiek schooltje van Gampaha. Ik had Shirley al op voorhand getelefoneerd dat we op komst waren en dat hij voor vrijwilligers moest zorgen om mee te helpen bij de bouw van de toiletten. Met Father Ronni en een vriend van hem, die ingenieur is, bezochten we enkele winkels, we kochten toiletten, wastafels, wandtegels, vloertegels, kranen, stenen, zand, cement en alle toebehoren die nodig zijn. We lunchten die middag bij Shirley en gingen daarna terug naar het schooltje. De materialen waren al geleverd. We spraken met de aannemer een prijs af om enkel de professionele werken te doen. Alle ander werk zal uitgevoerd worden door vrijwilligers. Nog diezelfde dag hebben we de ruwbouw leeggemaakt zodat ze konden starten. Er word in verschillende ploegen gewerkt dag en nacht om zoveel mogelijk gedaan te krijgen tegen onze terugreis. Vandaag vernam ik ook dat Vader Ronnie nog een lening heeft lopen voor de ruwbouw. De afbetaling gebeurt door geld in te zamelen tijdens de zondagmis. Gemiddeld is dat elke week maar enkele euro’s. Tegen 18 uur reden we terug naar Kalutara. De tweede groep van Patrick, Vera, Luc en Els startten vandaag aan het huisje dat ze voor Philip en zijn familie gevonden hadden. Hier hun verslag:
Vroeg in de morgen zijn we vertrokken want we moesten eerst al het materiaal aankopen dat we nodig hadden om het huisje bewoonbaar te maken. Toen we aan het huisje aankwamen stond heel de familie ons op te wachten om ons te helpen. We zijn eerst begonnen met het verwijderen van vuiligheid en ongedierte, daar zijn we toch wel een paar uur zoet mee geweest, dan konden we eindelijk met schilderen en renoveren beginnen . De meisjes hebben voornamelijk de kamers binnen geschilderd en de jongens de buitenkant van het huis. Dinsdag 7 februariVandaag heeft ons hele team aan het huisje verder gewerkt en we werden bijgestaan door onze schrijnwerker, die tegelijk zijn nieuwe machines kon uitproberen, en een klusjesman die de elektriciteit voor zijn rekening nam.
De meisjes zijn heel de dag op stap geweest om prijzen te vergelijken om de goedkoopste meubels en keukenapparaten te kunnen aankopen. De jongens hebben de deuren, ramen en het dak gerenoveerd. S’Avonds kwamen de meubels aan. Het gezin wist niet wat ze zagen want dit hadden ze zeker niet verwacht. Wanneer je die blije gezichten ziet kan je niet anders dan met een goed gevoel in bed kruipen
Wanneer Philip de bedden zag vertelde hij met tranen in de ogen dat het van vóór de tsunami geleden was dat hij nog eens op een matras geslapen had. Meer dan een jaar slaapt hij in zijn barak op de grond. Terug in het hotel belde ik met Shirley om te informeren hoe de werkzaamheden aan de toiletten waren verlopen. Hij vertelde me dat de muren al bezet waren en de vloer op niveau is gebracht om morgen het beton te kunnen gieten. Ze hadden er met 6 man de ganse nacht aan verder gewerkt. Woensdag 8 januariMet zijn allen werkten we verder aan Philip’s huisje. Het schilderen ging moeizaam omdat het een zeer warme dag was. De verf droogde aan de borstel nog voor het de muur raakte.
Vandaag moesten er alleen nog wat afwerkingen gedaan worden en de douche opgeknapt, hier en daar nog een likje verf en klaar. We konden afscheid nemen, moe en voldaan naar huis vertrekken
Vandaag is het ook Elsje’s verjaardag. ‘s Avonds hielden we in het hotel een feestje waar ook Nimahl en de hele familie van Philip aanwezig was. Zijn vrouw en kinderen waren overgekomen want vanaf vandaag wonen ze samen hun nieuwe huisje. Donderdag 10 januariLaatste dag. Na het inpakken en afscheid nemen van onze vrienden in Kalutara reden we naar Gampaha. We werden hartelijk ontvangen door de Father en tientallen schoolkinderen. De werkzaamheden aan de toiletten waren al een flink stuk opgeschoten. De aannemer was de tegels aan het plaatsen en de afvoerleidingen zaten al in de grond. In de school werden we verrast door de schoolkinderen die voor ons een liedje hadden ingestudeerd om ons te bedanken. We kregen er kippenvel van. Ook oudere studenten brachten nog enkele nummers onder begeleiding van een orgel. Nadien sprak Father Ronni nog een woord van dank en een gebed voor een behouden tuiskomst. We regelden nog enkele financiële zaken, onze vriend Shirley zal de werkzaamheden verder opvolgen en ons op de hoogte houden. Om 12u s’nachts namen we afscheid en vertrokken naar de luchthaven. Onze vlucht was pas om 5u40, dus werd het wachten. Deze nacht hadden we niet geslapen, dus toen we onze plaats in het vliegtuig innamen ging het licht snel uit… Tot slotDe meeste slachtoffers van de tsunami hebben nu niets meer te kort. Misschien is er hier en daar een niet geregistreerde die moet wachten tot het laatste, maar de meesten hebben goede vooruitzichten. De grote NGO’s in de streek hebben zo goed als alles in kaart gebracht, personenlijsten opgesteld en zullen er nog een tijd actief zijn. We zagen ook dat het grote Europese geld (deels) is toegekomen, er worden vooral nieuwe woningen mee gebouwd. Scholen, klinieken en weeshuizen staan ook op hun lijst. Sri-Lanka is nog steeds een derdewereld land, en in het binnenland vind je nog heel veel armoede onder de bevolking. Die heeft niets met de tsunami te maken, dat is hier gewoon al jaren zo…
Auteur: Herman
Ingevoegde schuine tekst: Patrick, Vera, Luc en Elsje.
De inhoud van dit dagboek mag niet gewijzigd worden zonder toestemming van de auteur! Niets uit dit verslag mag gekopieerd of gewijzigd worden zonder toestemming van de auteur!
|